Uncategorized

Slaap in het dierenrijk

     Heeft u wel eens uitgerekend hoeveel tijd van uw leven u (ver)slaapt? Ik zal het u voorrekenen: bij een gemiddelde levensverwachting van 80 jaar (78 voor mannen; 82 voor vrouwen) en een nachtrust van 8 uur, verslaapt u 27 jaar van uw leven – en nog altijd een dikke 20 jaar wanneer u met 6 uur per nacht toe kunt. Alsof u uw hele jeugd en jongvolwassenheid slapend heeft doorgebracht. Een kwart eeuw van uw tijd op aarde bent u doelloos, nutteloos, en bevindt u zich in ‘the death of each day’s life’. 

     Wij staan daarin niet alleen: alle dieren slapen. Het is een fenomeen dat zich uitstrekt van de mens tot diep onderin de ontwikkelingsketen. Kakkerlakken slapen; althans zij bevinden zich periodiek in een toestand waarin ze zich niet bewegen en moeilijk tot activiteit kunnen worden aangespoord – hetgeen als slaap wordt geïnterpreteerd. Hetzelfde geldt voor schorpioenen. Ook de fruitvlieg kent een duidelijk dag- en nachtritme. Schildpadden, die zich overdag toch niet bijzonder lijken in te spannen, slapen, en wanneer ze daarin gestoord worden halen ze hun deze behoefte aan sluimering later in. Zelfs dolfijnen, waarvan moeilijk is voor te stellen hoe ze kunnen overleven terwijl ze slapen (ze moeten immers regelmatig boven water komen om te kunnen adem-halen), kennen hun nachtrust. Zij hebben hiervoor een ingenieuze oplossing gevonden: ze slapen afwisselend met één helft van hun brein. Zo kunnen ze tijdens hun – letterlijke – halfslaap blijven zwemmen. De behoefte aan slaap is echter niet bij alle diersoorten gelijk. Als u vindt dat wij mensen veel slaap nodig hebben: vleermuizen verslapen 20 van de 24 uur. De olifant en giraffe daarentegen slechts 3. 

     Kortom, slaap is een (vrijwel) universeel fenomeen in het dierenrijk en is dus een eigenschap die gedurende de evolutie behouden is. Dat suggereert het levensbelang ervan; waarom zou anders een dergelijk fenomeen tientallen miljoenen jaren van ontwikkeling overleefd hebben? Het is moeilijk voor te stellen waarom wij – en de andere dieren – zo’n groot deel van ons toch al korte bestaan op aarde moeten doorbrengen in een staat van weerloze afhankelijkheid, zonder aan te nemen dat die toestand ook zijn nuttige kanten heeft. Het belang van slaap wordt nog eens onderstreept door de verschijnselen die we ervaren wanneer deze ontbreekt: onthouding ervan leidt altijd (althans bij de mens – en de schildpad is ook al genoemd) tot een sterke behoefte aan slaap. Hoe groter het tekort, des te meer uitgesproken de aandrang om in slaap te vallen. Langdurige slaaponthouding is een uiterst onaangename ervaring, juist vanwege die steeds sterker wordende drang. De slaap dringt zich in ons bestaan, zelfs zonder dat we het merken – en dat is natuurlijk zeer gevaarlijk, zoals in het verkeer. Het zijn de zogenaamde microslaapjes, die slechts seconden duren en die we ook zien bij vliegen, vissen, muizen, ratten, konijnen, hamsters en dol­fijnen. Het lichaam zet alles op alles om het tekort in te lopen, ook al is het in de kleinst mogelijke porties die met het leven verenigbaar zijn (of niet dus). De slaap die volgt op de onthouding zorgt ervoor dat de zogenaamde ‘slaapschuld’ wordt ingehaald: doordat die dieper is en als de gelegenheid zich voordoet langer duurt. Ook dat is een vrijwel universeel fenomeen, en kenmerkt ook de meer eenvoudige schepselen der aard: wanneer fruitvliegjes geen kans krijgen om te gaan slapen, omdat de fles waar ze zich in bevinden telkens wordt omgekeerd net op het moment dat ze in slaap dommelen, zullen ze, zodra ze de kans daartoe krijgen, de verloren slaap inhalen. 

     Slaaptekort leidt uiteindelijk tot de dood, althans bij ratten. Het experiment dat dit heeft aangetoond is om begrijpelijke redenen niet vaak herhaald, maar laat desalniettemin weinig ruimte voor twijfel. In deze studie waren de ratten individueel op een draaischijf geplaatst, die zich boven een bak met water bevond. Zodra de rat in slaap leek te vallen werd de schijf gedraaid, waardoor de rat moest opstaan en tegen de draairichting in moet lopen omdat hij anders in het water viel. De ratten die aan dit experiment werden blootgesteld verloren aanzienlijk gewicht, hun vacht werd vaal, haren vielen uit en er ontwikkelden zich zweren op de staart. Uiteindelijk overleden ze alle binnen elf tot 32 dagen. Dezelfde fatale afloop wordt bij de fruitvlieg en de kakkerlak (waarom dat insect zo vaak bij slaaponderzoek betrokken wordt, is mij een raadsel) gezien, wanneer hun de slaap lang genoeg onthouden wordt. Kortom, slaap is essentieel voor het overleven, zoveel is duidelijk. Maar waarom? Laten we bij het begin beginnen. Bij baby’s dus.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *